Half augustus. Holland verzoekt om steun uit de andere gewesten, omdat Frederik Willem II, de koning van Pruisen en broer van prinses Wilhelmina, dreigt met interventie, als Holland niet haar verontschuldigingen aanbiedt. In diverse steden worden defensieve maatregelen getroffen.
21 augustus - Wijbo Fijnje houdt een rede voor de vroedschap van Delft waarin hij veranderingen en de vervanging van de oranjegezinde leden eist. In Delft wordt alsnog een patriottisch stadsbestuur ingesteld.
Eind augustus. Een tiental patriottische statenleden in Friesland trekt zich terug in Franeker. De spanning stijgt.
Op 10 september volgt een Pruisisch ultimatum van drie dagen.
Door interventie van Pruisen is de aan de strijd tussen de patriotten en prinsgezinden op hardhandige wijze een einde gekomen. Veel patriotten worden gevangen genomen, of vluchten naar Amsterdam. Petrus Camper verwelkomt het stadhouderlijk gezin met een toespraak.
Op 10 oktober geeft Amsterdam zich over, als laatste stad in Holland. De hertog van Brunswijk neemt zijn intrek in de stad en zegt toe dat hij zorg zal dragen dat de wraakacties en plunderingen zoveel mogelijk worden onderdrukt. Veel patriotten wijken uit naar Antwerpen, Brussel of Frankrijk. Een enkeling vlucht richting Duitsland.
In de nacht van 9 op 10 november worden in 's-Hertogenbosch bij meer dan 850 huizen de ramen ingeslagen, 250 huizen werden ook geplunderd. Ook in andere steden vinden plunderingen plaats.
Alle vroedschappen worden gezuiverd van patriotten; iedereen die actief was in de krijgsraad van een exercitiegenootschap of defensiecommissie wordt in staat van beschuldiging gesteld.