Het Nationaal Historisch Museum (NHM) is een nog te bouwen zelfstandig rijksmuseum. Het is de bedoeling dat er een overzicht van de Nederlandse geschiedenis in samenhang wordt getoond, naar voorbeeld van het Duitse ’Haus der Geschichte’ in Bonn en Leipzig. Het idee kwam in een stroomversnelling na de publicatie van de canon van Nederland, een ingezonden brief van de politici Marijnissen en Verhagen[1] en een daarop volgend kabinetsvoorstel in september 2006.[2]
In juni 2007 werd besloten dat het museum in Arnhem komt en ongeveer een kwart miljoen bezoekers per jaar moet gaan trekken. Als locatie voor het Nationaal Historisch Museum werd gekozen voor de plaats van het huidige parkeerterrein naast het Nederlands Openluchtmuseum aan de noordkant van de stad. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt jaarlijks 12 miljoen euro per jaar beschikbaar voor de exploitatiekosten van het museum.
In maart 2009 koos de directie van het Nationaal Historisch Museum voor een andere locatie, in het centrum van de stad bij de John Frostbrug over de Rijn.[3] In het voorjaar van 2009 ontstond discussie tussen de diverse betrokkenen over wat de juiste locatie zou moeten zijn.[4] Op 30 juni 2009 werd door de Tweede Kamer definitief besloten tot bouw naast het Openluchtmuseum.
Inhoud |
Voor het geplande Nationaal Historisch Museum deden drie steden - Amsterdam, Arnhem en Den Haag - op 9 mei 2007 een aanbod aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ronald Plasterk. Op 10 mei meldde ook Utrecht belangstelling voor dit museum te hebben. Op 11 mei stelde Nijmegen zich ook kandidaat. Ook in Almere zag men het museum graag komen. Elders was men van mening dat een Nationaal Historisch Museum niet aan een stad gekoppeld moet worden.
In Amsterdam lag het voorstel om aan het Museumplein, bij de grote musea (Rijksmuseum, Stedelijk Museum en Van Gogh Museum) een museum te vestigen op basis van de Canon van Nederland. Ook het Oosterdokseiland vond men een optie. Den Haag had een plan voor een nieuw museumgebouw aan het Spui, waardoor volgens burgemeester Deetman een "promenade van de Democratie" zou ontstaan tussen de gebouwen van de Tweede Kamer en de Hofvijver aan de ene zijde en het Stadhuis van Den Haag aan de andere zijde.
Op 29 juni 2007 besloot minister Plasterk dat Arnhem het museum zal gaan herbergen. Het zal, volgens burgemeester Krikke van Arnhem, zijn deuren openen op woensdag 30 maart 2011. De stichtingskosten worden geraamd op 50 miljoen euro.[5] Er kon nu begonnen worden met een plan van aanpak. De bedoeling was dat het een museum zal zijn voor jongeren en volgens Plasterk "voor mensen die niet zo veel naar het museum gaan". Redenen voor de keuze voor Arnhem als vestigingsplaats waren o.a. de aanwezigheid van het Nederlands Openluchtmuseum, diverse attracties in de regio en de nabijheid van Nationaal Park de Hoge Veluwe.
Op vrijdag 26 september 2008 is door Atzo Nicolaï, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum bekend gemaakt dat Erik Schilp en Valentijn Byvanck met ingang van 1 oktober 2008 worden benoemd tot algemeen en inhoudelijk directeur. Schilp (1967) was tot dan toe directeur van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Byvanck (1964) was directeur van het Zeeuws Museum in Middelburg.
Voorafgaand aan de benoeming van de directie is ook de Stichting Nationaal Historisch Museum opgericht. De leden van de Raad van Toezicht zijn door minister Plasterk benoemd. De raad heeft naast Atzo Nicolaï als voorzitter, Pauline Kruseman, Victor van der Chijs en Frits van Oostrom als leden.
In oktober 2008 presenteerde Atzo Nicolaï de resultaten van een verkenning voor het concept van het nieuwe museum. Meer dan tachtig professionals hebben in tien sessies van gedachten gewisseld over de mogelijke bouwstenen van het museum. Aan de hand van de verkenning ontwikkelt de directie voor de zomer 2009 een eigen concept.
In maart 2009 heeft de directie van het Nationaal Historisch Museum de gewenste museumlocatie bekendgemaakt. Dit is volgens hen de plek waar nu nog het pand van woningbouwcorporatie Volkshuisvesting staat: in het centrum van Arnhem, aan de voet van de beroemde John Frostbrug aan de Rijnkade. De meningen hierover bleken echter verdeeld en in mei 2009 ontstond onenigheid tussen diverse betrokken partijen over de keuze voor de locatie en het loslaten van de plek naast het Nederlands Openluchtmuseum. In de Tweede Kamer werd hierover gedebatteerd. In juni 2009 gaf minister Ronald Plasterk aan dat volgens hem de locatie aan de Rijnkade de voorkeur heeft, maar dat hij het parlement eerder had moeten informeren. Desondanks bleek op 17 juni 2009 echter een kamermeerderheid voor de oorspronkelijke locatie naast het Nederlands Openluchtmuseum te zijn.[6][7] Op 30 juni 2009 koos de Tweede Kamer met aanname van de motie-Van Vroonhoven-Kok c.s. over plaatsing van het Nationaal Historisch Museum naast het Openluchtmuseum definitief voor vestiging naast het Openluchtmuseum. [8]
Bronnen, noten en/of referenties: